plooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plooi
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plooi plooien
verkleinwoord plooitje plooitjes

Zelfstandig naamwoord

plooi v / m [2]

  1. golving (in dierlijk of plantaardig weefsel)
  2. (geologie) golving in een aardlaag of in gesteente
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
plooien

plooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plooien
    • Ik plooi. 
  2. gebiedende wijs van plooien
    • Plooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plooien
    • Plooi je? 

Verwijzingen