ploegmaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

groenetruidrager Cavendish met ploegmaats
Uitspraak
Woordafbreking
  • ploeg·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ploegmaat ploegmaten
ploegmaats
verkleinwoord ploegmaatje ploegmaatjes

Zelfstandig naamwoord

ploegmaat m

  1. sporters die in hetzelfde sportteam zitten
    • Het was Gesinks Italiaanse ploegmaat Enrico Battaglin die zich op 800 meter van de streep op kop van de nog omvangrijke groep nestelde. ,,Op vierhonderd meter van de streep dacht ik dat ik nog even moest inhouden”, aldus Gesink.[1] 
    • "Niet alleen eindigt mijn avontuur bij NY, ook mijn reis als speler is voorbij", meldde Pirlo. Ïk wil van de gelegenheid gebruikmaken om mijn familie en kinderen te danken voor de steun en liefde die ze mij altijd hebben gegeven. Ik wil ook elke club bedanken waarvoor ik de eer heb gehad te spelen, elke ploegmaat aan wiens zijde ik heb mogen voetballen, alle mensen die mijn carrière zo ongelooflijk hebben gemaakt, en niet te vergeten alle supporters wereldwijd die mij gesteund hebben. Jullie zitten voor altijd in mijn hart."[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf RAYMOND KERCKHOFFS 17 jan. 2018
  2. de Telegraaf 06 nov. 2017