ploeggenoot
Uiterlijk

- Geluid: ploeggenoot (hulp, bestand)
- IPA: / ˈpluxəˌnot / (3 lettergrepen)
- ploeg·ge·noot
- samenstelling van ploeg zn en genoot zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ploeggenoot | ploeggenoten |
| verkleinwoord | ploeggenootje | ploeggenootjes |
de ploeggenoot m
- (sport) sporter die lid is van dezelfde ploeg
- ▸ Van een tweestrijd was echter geen sprake. Iserbyt kwam in de tweede ronde na het oplopen van de trappen even in de problemen, maar vond de aansluiting bij het kopgroepje waarin onder anderen Aerts en ook zijn ploeggenoot Vanthourenhout reden.[1]
- ▸ Spitse wordt bij Ajax ploeggenoot van collega-international Stefanie van der Gragt, die afgelopen zomer al terugkeerde naar Nederland. Net als Oranje-captain Sari van Veenendaal en Mandy van den Berg (beiden PSV) en Kika van Es (FC Twente).[2]
- Het woord ploeggenoot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Veldrijder Iserbyt pakt in Rosmalen Europese titel, Van der Haar derde” (ZO 8 NOVEMBER 2020), NOS - ↑
Weblink bron “Vrouwen Ajax verrassen met komst recordinternational Spitse” (19/11/2020), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal