plekkerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plek·ke·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van plek met het achtervoegsel -erig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plekkerig plekkeriger plekkerigst
verbogen plekkerige plekkerigere plekkerigste
partitief plekkerigs plekkerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

plekkerig [1]

  1. van zaken die eerst gelijkmatig over een oppervlakte waren verdeeld maar nu vooral vlekken vormen
Synoniemen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen