plek-plek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Bijwoord

plek-plek

  1. hier en daar, op sommige plekken
    «Die hele wêreld is met sneeu bedek, plek-plek tot een meter dik.»
    De hele wereld is met sneeuw bedekt, hier en daar tot een meter dik.