pleitten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pleit·ten

Werkwoord

vervoeging van
pleiten

pleitten

  1. meervoud verleden tijd van pleiten
    Wij pleitten.
    Jullie pleitten.
    Zij pleitten.