plecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plecht
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘dek’ voor het eerst aangetroffen in 1376 [1]
  • (scheepsterm:) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord plecht plechten
verkleinwoord plechtje plechtjes

Zelfstandig naamwoord

plecht v / m [3] [4]

  1. (scheepvaart) verhoogd dek aan de voorkant van een vaartuig
  2. (scheepvaart) voordek of achterdek
  3. (verouderd) plicht [5] [6]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen