Naar inhoud springen

plattelandsbewoner

Uit WikiWoordenboek
  • plat·te·lands·be·wo·ner
enkelvoud meervoud
naamwoord plattelandsbewoner plattelandsbewoners
verkleinwoord

deplattelandsbewonerm [1]

  1. iemand die buiten de stad woont
     Om Axel een beetje te plagen antwoordt Dora met een grapje: 'Wij plattelandsbewoners vinden het geen punt om mondmaskers aan te schaffen, maar hoe komen we aan openbaar vervoer?' Axel stuurt drie vraagtekens terug.[2]
     Stadsbewoner voelt zich bijna net zo veilig als plattelandsbewoner[3]
     In de nieuwe opzet is het niet langer vanzelfsprekend dat een plattelandsbewoner het hele traject met één soort vervoer aflegt. Zo kan iemand die nu nog de hele rit met een regiotaxi maakt, straks wel nog steeds van huis worden afgehaald, maar die persoon wordt dan bij een bus- of treinstation afgeleverd.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. “Onder buren” (2021), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026356186
  3. Bronlink geraadpleegd op 11 september 2024 Weblink bron “Stadsbewoner voelt zich bijna net zo veilig als plattelandsbewoner” (vrijdag 27 november 2015, 06:49), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 11 september 2024 Weblink bron “Noorden wil doelgroepenvervoer en ov in elkaar schuiven” (vrijdag 2 december 2016, 12:29), NOS