plating

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plating platingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

plating v [1]

  1. walbeschoeiing van een waterkant met planken

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen