plastiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plas·tiek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plastiek plastieken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

plastiek v

  1. (kunst) boetseerkunst, beeldhouwkunst
    plastiek bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
  2. (kunst) licht- en schaduwwerking in de schilderkunst
  3. (kunst) voorwerp van plastische kunst
  4. (medisch) het veranderen van de vorm van iets in of aan het lichaam bijv. d.m.v. plastische chirurgie

plastiek o

  1. plastic
    plastiek bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)


Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
plastieken

plastiek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plastieken
    Ik plastiek.
  2. gebiedende wijs van plastieken
    Plastiek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plastieken
    Plastiek je?