plantende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ten·de

Werkwoord

vervoeging van: planten
verbogen vorm: plantendee

plantende

  1. verbogen vorm van plantend, het onvoltooid deelwoord van planten

Gangbaarheid


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ten·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk gebruik van het onvoltooid deelwoord van  plante ww  met het achtervoegsel -ende
Naar frequentie zeldzaam
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud plantende - - - - - -
o enkelvoud plantende
meervoud plantende
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
plantende - - - - - -

Bijvoeglijk naamwoord

plantende

  1. (plantkunde) plantend

Werkwoord

plantende

  1. zwakke verbuiging onvoltooid (tegenwoordig) deelwoord van plante