planlagt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·lagt

Werkwoord

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planlægge


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·lagt

Bijvoeglijk naamwoord

planlagt

  1. bepaald onzijdig enkelvoud van planlagt

Werkwoord

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planlegge


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·lagt

Bijvoeglijk naamwoord

planlagt

  1. bepaald onzijdig enkelvoud van planlagd

Werkwoord

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planlegga

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planlegge

Werkwoord

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planleggja

planlagt

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van planleggje