plaidoyer
Uiterlijk
- zelfstandig gebruik van de infinitief van het Oudfranse werkwoord plaidoiier, plaidiier [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| plaidoyer | le plaidoyer | plaidoyers | les plaidoyers |
plaidoyer m
- (verouderd) (juridisch) pleidooi [1]
- pleidooi [2]; een betoog waarin men pleit voor een idee, een persoon, een institutie,...
- [1] plaidoirie
- ↑ plaidoyer (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.