plaatsvervangend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·ver·van·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen plaatsvervangend
verbogen plaatsvervangende
partitief plaatsvervangends

Bijvoeglijk naamwoord

plaatsvervangend

  1. de plek of werkzaamheden van iets of iemand anders innemend of waarnemend
    • In verband met de ziekte van de directeur is de onderdirecteur als plaatsvervangend directeur benoemd. 

Gangbaarheid