plaatsmaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw

samenstelling van  plaats zn  en  maken ww 

Werkwoord

plaatsmaken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsmaken
maakte plaats
plaatsgemaakt
zwak -t volledig
  1. verdwijnen om ruimte te geven aan iets of iemand anders
    • Ouderen moeten plaatsmaken voor de jongere generatie. 
    • Veel Denen vinden het jammer dat zo’n erfgoed zou moeten plaatsmaken en een onlinepetitie wist al verschillende duizenden handtekeningen te verzamelen. Of de rechter daar oren naar heeft, weten we ergens volgende maand. [1] 
    • Olympiakos Piraeus heeft twee dagen voor de loodzware uitwedstrijd tegen Juventus in de Champions League van trainer gewisseld. De Albanese coach Besnik Hasi moest plaatsmaken voor de ervaren Griek Takis Lemonis. [2] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard VRIJDAG 25 AUGUSTUS 2017
  2. Tubantia Minne Groenstege 25-09-2017