pistache

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: pastiche

Nederlands

2. een aantal pistaches
Uitspraak
Woordafbreking
  • pis·ta·che
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘groene amandel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1608 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pistache pistaches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pistache v/m

  1. (plantkunde) groene amandel, Pistacia vera op Wikispecies
  2. (voeding) noot van de Pistacia vera
  3. (jongerentaal) het op hetzelfde moment allebei hetzelfde zeggen
    • We zeiden allebei op hetzelfde moment "bingo", dat was een pistache. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen