piscine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pis·ci·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord piscine piscinen
piscines
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

piscine v

  1. voorziening om urine van mannen of vee op te vangen en af te voeren
    • Ik drink ook niet genoeg tijdens mijn werk omdat er niet elke keer een toilet voorhanden is … voor een man gemakkelijker: die heeft in de stad Gent nog een piscine hier en daar… [3]
  2. voorziening waarin mensen zich kunnen wassen
    • Lourdes maakt ook duidelijk wat ware verering van, en eerbied voor Maria is; het spreekt ons toe uit de keuze van Maria om deze Godsboodschap aan de wereld te doen, en uit de gehele blijvende enscenering van deze uitverkiezing en boodschap, te weten de armoede, zowel die van Maria zelf, als van Bernadette als van de talloze zieken, om nog niet te spreken van de arme vrouw die haar man, aan kanker lijdend, naar Lourdes brengt, aan de arme ouders die hun enig kind dat spastisch is, naar Lourdes dragen, aan de arme kinderen die hun doodzieke moeder in de piscine helpen, enz. enz. Maria-devotie is: zijn als zij is. [4]
    1. (bouwkunde) (religie) (rooms-katholiek) nis met afvoer (in een kerk) waar de priester de miskelk en zijn handen kan wassen
      • In de zuidoosthoek is, schuin op de ruimte, een grote piscine gebouwd, waarvan de nis omlijst wordt door een rechthoekig kader met kroonlijst waaronder bladmotieven, en een grote korfboog die door toten verdeeld en onderverdeeld is. [5]
  3. aangelegde bak met water als zwemgelegenheid of voor andere doeleinden
    • Misschien zet u straks even snoeihard The Cure op in de woonkeuken. A Forest, met een jointje. Beter dan bij het zwembad. Toen u laatst in wat al te bedwelmde toestand een doorleefde imitatie van Jim Kerr ten beste gaf, was u bijna stomdronken in de piscine gevallen. [6]
    • Men laat een brandstofelement dat uit de reactor wordt verwijderd, nog 6 maanden tot een jaar afkoelen in de nabije piscine. [7]
Synoniemen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  piscine     la piscine     piscines     les piscines  

Zelfstandig naamwoord

piscine v

  1. zwembad


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·sci·ne

Zelfstandig naamwoord

piscine v mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord piscina


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

piscine v

  1. visvijver, vijver
  2. waterbak, wasbak
Overerving en ontlening

Verwijzingen