pioche
Uiterlijk
- pi·o·che
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pioche | pioches |
| verkleinwoord | - | - |
- (gereedschap) hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitel aan de andere zijde
- ▸ Ongeveer tegelijkertijd startten twaalfduizend arbeiders, pioche in de hand, met het graven van het kanaal. In 1681 kon een koninklijke bark voor het eerst varen van Toulouse tot terminus Sète.[1]
- Dit is Belgisch-Nederlands, maar ook in België geen standaardtaal. [2]
- Het woord 'pioche' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [2]
- 1
- frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [2]
- 2
- ↑ Het Belang van Limburg in: Ludo Permentier & Rik SchutzTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, pioche
- 1 2 3 Ludo Permentier & Rik Schutz“Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, pioche
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| pioche | la pioche | pioches | les pioches |
pioche v
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Gereedschap in het Frans