pint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pint
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘vochtmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pint pinten
verkleinwoord pintje pintjes

Zelfstandig naamwoord

pint v/m

  1. Engelse en Amerikaanse inhoudsmaat van bijna een halve liter
  2. een bierglas van 25 cl
  3. overdrachtelijk een glas bier van welk formaat ook
    • Gaan we vanavond stappen en een paar pintjes pakken? 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
pinnen

pint

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pinnen
    • Jij pint. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pinnen
    • Hij pint. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van pinnen
    • Pint! 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Bretons

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

pint

  1. (vogels) Fringilla coelebs op Wikispecies vink

Meer informatie