pingpongballetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ping·pong·bal·le·tje

Zelfstandig naamwoord

pingpongballetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pingpongbal