pindachinees

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. iemand uit China die in de jaren 30 van de 20e eeuw pindakoekjes op straat verkocht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pin·da·chi·nees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pindachinees pindachinezen
verkleinwoord pindachineesje pindachineesjes

Zelfstandig naamwoord

pindachinees m

  1. (geschiedenis) iemand uit China die in de jaren 30 van de 20e eeuw pindakoekjes op straat verkocht
    • En reeds was het fototoestel in het foudraal aan het verdwijnen, toen de pindachinees op de vlakte verscheen.  [3]
    • Op den Rijksweg werd een z.g. pinda-Chinees door een wielrijder omver gereden waarbij hij dusdanige verwondingen opliep, dat hij naar het ziekenhuis in Rotterdam moest worden vervoerd.  [4]
    • Je hebt beslist de hele dag in de zon liggen braden, beweerde Willy, want anders kon je er nooit zo „gebakken" uitzien.... je lijkt wel een pindachinees. Jan, de loopjongen, die juist met een stofdoek bezig was, lachte en begon te zingen: „Pinda, pinda, lekka, lekka.... als je maar twee centjes biedt!"  [5]
  2. (scheldwoord) iemand met een Oost-Aziatisch uiterlijk
    • Misschien begon het ooit met pindachinees en poepchinees , volgens Van Dale „goedmoedige beledigingen wegens een lichtbruine huidskleur” en kende het een voorlopig dieptepunt met de kutmarokkaan.  [6]
    • De jongelui genieten nu zeker een internationale reputatie en de onvoldaanheid van den bij den Volkenbond geaccrediteerden Chineeschen journalist Fang Leng Tsiosa over onze „pindachinees"-scheldende straatjeugd is dan ook heusch geen klacht, die men niet au sérieux zou behoeven te nemen.  [7]
Uitdrukkingen en gezegden
  • rare pindachinees
vreemde snuiter

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. pindachinees op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. "Amsterdam, 24 januari. Pinda-Chinees op het ijs." in: De Telegraaf jrg. 41 nr. 15231 (24 januari 1933); p. 2 kol. 3; (oudste vermelding in deze spelling) geraadpleegd 2017-06-19
  4. "Provinciaal Nieuws. Zevenbergsche Hoek." in: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche Courant jrg. 161 nr. 283 (3 december 1932); p. 13 (4e blad 3) kol. 4; (oudst gevonden vermelding in afwijkende spelling) geraadpleegd 2017-06-19
  5. Felderstein-Hiddehof, van De aanstaande dokteres (z.j.) ; p. 108; (toegevoegd vanwege stereotypering: illustreert overgang naar betekenis 2.) geraadpleegd 2017-06-19
  6. [ Beerekamp, H. #Klikturk (2 mei 2016) op website: nrc.nl]; geraadpleegd 2017-06-19
  7. Detony, J. "De „Stadionles” En het tuchtprobleem" in: De Tijd jrg. 91 nr. 28428 (14 oktober 1935); p. 1 kol. 6; (oudste vermelding als onmiskenbaar scheldwoord) geraadpleegd 2017-06-19