pikhouweel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pik·hou·weel
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van het verouderde pik (puntig ijzer) en houweel
enkelvoud meervoud
naamwoord pikhouweel pikhouwelen
verkleinwoord pikhouweeltje pikhouweeltjes

Zelfstandig naamwoord

pikhouweel o

  1. hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijde
    • Kan je me het pikhouweel even aangeven? Ik krijg deze steen niet los. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie