pieper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. De duinpieper is een pieper die zelden in Nederland en België is te vinden.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pie·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pieper piepers
verkleinwoord piepertje piepertjes

Zelfstandig naamwoord

pieper m

  1. (vogels) benaming voor zangvogels uit het geslacht Anthus op Wikispecies
    • Piepers zijn vooral vogels van terrein met lage begroeiing en zingen terwijl de uit de lucht neerdalen. 
  2. (figuurlijk) een klein, zwak of teer persoontje, kindje, vogeltje (e.d.)
  3. (figuurlijk) (voeding), (informeel) (kleine) aardappel
    • Staan de piepers al op? 
  4. (elektronica) apparaat dat een piepend geluid voortbrengt, bijv. om te waarschuwen
    • De piepers geven een signaaltje af dat je locatie verraadt als je onder de sneeuw bedolven ligt.[4] 
  5. (informeel) zoen
    • Hij greep haar bij een roksplooi en lonkte smachtend in haar gezicht."Geef mij een pieper, Leentje," fluisterde hij.[5] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen