pied-de-poule

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

pied-de-poule motief
Uitspraak
Woordafbreking
  • pied-de-pou·le
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord pied-de-poule
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pied-de-poule o

  1. (textielindustrie) een tweekleurig textielpatroon, gekarakteriseerd door onderbroken steken die het patroon laat bestaan uit een tegelvorm van abstracte vierhoekige vormen
     Máxima zelf draagt een zwart-wit geblokte jas (Pied de Poule) en een donkergrijze broek; de kroonprins gaat gekleed in een blauwgrijs kostuum met oranje das. „Ze zien er enig uit", vindt een omstander. „Wat een prachtige vrouw", meent een ander. „Ze hebben een geweldige uitstraling."[1]
     Ze herkende haar robe manteau met pied de poule van modehuis Natan die ze destijds droeg en probeerde zich het evenement voor de ogen te halen. Maar tien jaar was het zeker niet, en inderdaad: het museumbezoek was in 2010.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron B. L. P. Tramper “Zuid-Amerikaanse warmte in Noord-Holland” (2 november 2001), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron “Máxima heeft ijzeren geheugen voor kleding” (24 augustus 2017), Reformatorisch Dagblad