petitfour

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·tit·four
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘minigebakje’ voor het eerst aangetroffen in 1946 [1]
  • Leenwoord uit het Frans (letterlijk 'kleine oven').
enkelvoud meervoud
naamwoord petitfour petitfours
verkleinwoord petitfourtje petitfourtjes

Zelfstandig naamwoord

petitfour m

  1. (voeding) een klein gebakje
    • Bij de cappuccino wordt een petitfour geserveerd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen