petanque

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

het spelen van petanque in Bonifacio
Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·tan·que
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans (Provençaals) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord petanque
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

petanque v

  1. spel waarbij men metalen ballen zo dicht mogelijk naar een klein houten balletje moet gooien
    • Een wedstrijdje petanque is vlakbij het Franse Bordeaux helemaal ontspoord. Eén speler liep een messteek op, een ander verschillende breuken. Er zijn twee mannen aangehouden.[2] 
    • Tirer (schieten) en pointer (plaatsen) zijn veelgebruikte termen in jeu de boules, maar voorzitter Bert Lemmers en secretaris Jan de Ham, die samen met penningmeester Johan Brilman het bestuur vormen, spreken liever van petanque.[3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
petanquen

petanque

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van petanquen
    • Ik petanque. 
  2. gebiedende wijs van petanquen
    • Petanque! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van petanquen
    • Petanque je? 

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen