pestilent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pes·ti·lent
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pestilent pestilenter pestilentst
verbogen pestilente pestilentere pestilentste
partitief pestilents pestilenters -

Bijvoeglijk naamwoord

pestilent [1]

  1. zeer verderfelijk
     In de tijd van Pim Fortuyn ging het ook alsmaar over demoniseren. Want al die hoeders van de vrijheid van meningsuiting waren er nogal druk mee om hen onwelgevallige meningen tot 'demonisering' te verheffen. Want dan wordt er een 'pestilent klimaat' geschapen, aldus Nanninga, en dan mag je blijkbaar van alles ineens niet meer zeggen.[2]
     Sommige woorden zijn zo verwaarloosd, dat zelfs de online versie van Van Dale ‘geen resultaat’ meer geeft bij het opzoeken. ‘Pestilent’ is er zo een. Wat zonde, voor zo’n prachtwoord. Afkomstig van het Latijn (het zal ook eens niet, in deze rubriek): pestilens. Oftewel ‘zeer verderfelijk = verpestend’, zoals de laatste papieren Van Dale het woord magertjes het asiel verleent dat het verdient.[3]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Gijs Groenteman “Demoniseren! Ik werd helemaal nostalgisch van dat woord” (5 maart 2017), Het Parool
  3. Bronlink Weblink bron Jean-Pierre Geelen op Wikipedia “Moeilijk, maar mooi: Pestilent” (11 september 2019), de Volkskrant
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be