pesterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pes·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pesterig pesteriger pesterigst
verbogen pesterige pesterigere pesterigste
partitief pesterigs pesterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pesterig

  1. geneigd tot pesten (minder vriendelijk dan plagerig)
    • De docent maakte allerlei pesterige opmerkingen over de minder slimme leerlingen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.