pester

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pes·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pester pesters
verkleinwoord pestertje pestertjes

Zelfstandig naamwoord

pester m

  1. iemand die andere mensen treitert , plaagt en pest
    • In de tienervariant Before I Fall wordt Sam, het mooiste meisje van de klas en lid van zo’n vals meisjeskwartet dat in highschoolfilms de kantine terroriseert, telkens wakker op de ochtend van haar sterfdag. De vriendinnen bezoeken die avond een huisfeest bij een vroeger speelvriendje op wie Sam nu neerkijkt. Daar komt het tot een aanvaring met hun favoriete pestobject; later volgt een fataal auto-ongeluk. Sam reageert op haar wederopstandingen als Bill Murray in Groundhog Day: beurtelings verbaasd, opgetogen, recalcitrant en gedeprimeerd. Waarna ze haar omgeving – gezin, vrienden, klasgenoten – serieus gaat exploreren. Dat leidt niet tot oorspronkelijke inzichten, maar de puber kan anderszijds ook niet vaak genoeg horen dat treiteren mensen beschadigt en dat pesters vaak zelf gefrustreerd zijn. En al wordt Sams wereld niet bevolkt door personen maar door types, het happy end van Before I Fall is voor Hollywoodbegrippen prijzenswaardig zwaarmoedig.[1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Coen van Zwol 19 april 2017