pessimistisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pes·si·mis·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pessimistisch pessimistischer
verbogen pessimistische pessimistischere
partitief pessimistisch pessimistischers -

Bijvoeglijk naamwoord

pessimistisch

  1. somber, alles moeilijk inzien, te neergeslagen, depressief
    • De pessimistische man dacht dat zijn leven na de scheiding nooit meer goed zou komen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.