pers.
Uiterlijk
- Geluid: pers. (hulp, bestand) / pers. (hulp, bestand)
- IPA: / pɛrˈson / (2 lettergrepen) / / pɛrˈsonə(n) / (3 lettergrepen)
- pers.
- menselijk individu; vaak voorafgegaan door een telwoord
- ▸ Aangeboden 2-pers. gem. ZITSLP K. voor 2 vrienden, vriendinnen of echtpaar voor direct of 1 november met volledig pension voor ƒ 123.— per pers.[1]
- Het woord pers. staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Huize AnnaSpeurders : Onroerend goed en woonruimte aangeboden in: De Telegraaf
, jrg. 62 nr. 22426 (26 oktober 1959), Dagblad De Telegraaf, Amsterdam, p. 6 kol. 3
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Afkorting in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal