perenboom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ren·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord perenboom perenbomen
verkleinwoord perenboompje perenboompjes

Zelfstandig naamwoord

perenboom m

  1. (plantkunde)een boom met peren als vrucht
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be