peppen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pep·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van pep met het achtervoegsel -en

Werkwoord

peppen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peppen
pepte
gepept
zwak -t volledig
  1. sprinten, rennen [1]

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.


Verwijzingen