peperen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·pe·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

peperen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peperen
peperde
gepeperd
zwak -d volledig
  1. (kookkunst) met behulp van peper en andere kruiden iets pittig en sterk gekruid maken
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen