penseel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·seel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kwastje’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord penseel penselen
verkleinwoord penseeltje penseeltjes

Zelfstandig naamwoord

penseel o

  1. (schilderkunst) een gereedschap om verf aan te brengen dat bestaat uit een steel waarop zacht en soepel haar is bevestigd
    • Zij gebruikte een penseel voor een beter resultaat. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
penselen

penseel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van penselen
    • Ik penseel. 
  2. gebiedende wijs van penselen
    • Penseel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van penselen
    • Penseel je?