pennenhouder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] pennenhouder met bijbehorende stalen pennen
Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·nen·hou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pennenhouder pennenhouders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pennenhouder m [1]

  1. stokje waarin men een (kroontjes)pen kan steken om mee te kunnen schrijven
  2. etui of standaard waarin men pennen kan opbergen
    • Hoewel we meestal een zelfgekleide asbak krijgen (terwijl we al jaren niet meer roken) of een lief bedoelde van wc-rollen gemaakte pennenhouder die je stiekem in je la wegfrommelt omdat ’ie zo lelijk is, blijkt dat kinderen meer geld uitgeven aan hun moederdagcadeau dan moeders denken.[2] 
    • Door dit kleurconcept tot in het kleinste detail door te voeren - 'ook de prullenbak en de pennenhouder zijn gecoat'- oogt het interieur rustig. 'Daarbij heeft de coating een mooi ruw oppervlak en een lichte glans, waardoor alles zelfs stylish oogt.'[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 06 jan. 2016
  3. Volkskrant JEROEN JUNTE 21 oktober 2011