peloton

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·lo·ton
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord peloton pelotons
verkleinwoord pelotonnetje pelotonnetjes

Zelfstandig naamwoord

peloton o

  1. (militair) groep van enige tientallen soldaten met één officier, onderdeel van een compagnie
    • Het peloton trad aan voor de executie en de verrader werd geblinddoekt. 
    • De pelotonscommandant is de officier van een peloton. 
  2. (sport) in een race de grootste groep van deelnemers die samen optrekken
    • De kopgroep werd na 150 km toch nog ingehaald door het peloton. 
    • Hij was enige kilometers voor de eindstreep ontsnapt uit het peloton. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pelo·ton (afbreking leidend tot een of twee tekens aan het eind van een regel wordt ontraden) [1]
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  peloton     le peloton     pelotons     les pelotons  

Zelfstandig naamwoord

peloton m

  1. balletje, bolletje van textiel
  2. bles (van een paard)
  3. (militair) peloton
  4. (sport) peloton
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1. 'peloton' op website: plumefrancaise.fr; geraadpleegd 2016-10-31