pelgrim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pel·grim
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bedevaartganger’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord pelgrim pelgrims
verkleinwoord pelgrimmetje
pelgrimpje
pelgrimmetjes
pelgrimpjes

Zelfstandig naamwoord

pelgrim m

  1. iemand die een bedevaart doet
    • Er trekken heel veel pelgrims naar Mekka. 
  2. een slechtvalk
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen