pekken
Uiterlijk
- pek·ken
pekken [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| pekken |
pekte |
gepekt |
| zwak -t | volledig | |
- met pek besmeren of bedekken
- in de kroeg blijven plakken en dus niet naar huis gaan
- aftuigen, aframmelen, slaan
- stelen
- Het woord pekken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pekken" herkend door:
| 59 % | van de Nederlanders; |
| 70 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ pekken op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be