peinzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pein·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peinzen
peinsde
gepeinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

peinzen

  1. (inergatief) heel diep nadenken
    Hij zat al de hele middag op de bank te peinzen.
Vertalingen