peinzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pein·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peinzen
peinsde
gepeinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

peinzen

  1. (inergatief) heel diep nadenken
    Hij zat al de hele middag op de bank te peinzen.
Synoniemen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal