peddelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ped·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
peddelen
peddelde
gepeddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

peddelen

  1. ergatief zich door middel van een peddel afduwend over het water ergens heen bewegen
    • Hij was in New Hampshire een stuk over een meer gepeddeld en kwam daar een paar ijsduikers tegen. 
  2. inergatief zich door middel van een peddel afduwen tegen het water
    • Er werd verwoed gepeddeld, maar de andere ploeg won toch de wedstrijd. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie