peddelen
Uiterlijk
- ped·de·len
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fietsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912 [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| peddelen |
peddelde |
gepeddeld |
| zwak -d | volledig | |
peddelen
- ergatief zich door middel van een peddel afduwend over het water ergens heen bewegen
- Hij was in New Hampshire een stuk over een meer gepeddeld en kwam daar een paar ijsduikers tegen.
- inergatief zich door middel van een peddel afduwen tegen het water
- Er werd verwoed gepeddeld, maar de andere ploeg won toch de wedstrijd.
- (informeel) rustig fietsen
- ▸ In Utrecht, dé fietsstad van Nederland, peddelen vrijwel alle fietsers nog rustig zonder helm door de straten. Ook ouderen, kinderen en hun ouders. Willem (63) is onderweg met een ov-fiets en denkt er "wel eens over na", maar gebruikt tot nu toe alleen een helm met mountainbiken.[2]
- Het woord peddelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "peddelen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "peddelen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron Noor de Kort“Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %