paviljoendak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

paviljoendak
Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·vil·joen·dak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paviljoendak paviljoendaken
verkleinwoord paviljoendakje paviljoendakjes

Zelfstandig naamwoord

paviljoendak o

  1. (bouwkunde) dakvorm die bestaat uit vier of meer driehoekige dakschilden die in één punt samenkomen

Gangbaarheid

Meer informatie