paumer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van paume 'handpalm'.

Werkwoord

paumer

  1. (informeel) grijpen, nemen
  2. (spreektaal) verliezen
    «J’ai paumé mon portable.»
    Ik ben mijn mobieltje kwijtgeraakt.

se paumer

  1. wederkerend (spreektaal) verdwalen
    «La première fois que je suis venu à Paris, j’me suis paumé dans le métro.»
    De eerste keer dat ik in Parijs kwam ben ik verdwaald in de metro. [1]

Verwijzingen