paumelle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pau·mel·le
enkelvoud meervoud
naamwoord paumelle paumelles
verkleinwoord paumelletje paumelletjes

Zelfstandig naamwoord

paumelle m

  1. een deelbaar scharnier
    • De paumelle was afgebroken. 

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.