patserig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pat·se·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen patserig patseriger patserigst
verbogen patserige patserigere patserigste
partitief patserigs patserigers -

Bijvoeglijk naamwoord

patserig

  1. geneigd om prat te gaan op bezit en succes
    • Wat moet je toch met die patserige vent? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.