pathetiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·the·tiek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pathetiek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pathetiek v

  1. wat overdreven uiting van gevoelens om dezelfde emoties bij anderen op te wekken
    • Dat maakt dat Trein vuur dageraad niet Spinvis’ magnum opus is: daarvoor kabbelt het te vaak. Maar net als je denkt dat het niets wordt, pakt De Jong je tegenvoets. Met een buitelend ‘Dageraadplein’, dat het scherp en gespeend van pathetiek over de vluchtelingencrisis heeft. [1] 
    • Gebundelde columns stellen meestal teleur, omdat ze naar een niet meer relevante actualiteit verwijzen. Bij Asli Erdogan wordt dat bezwaar opgeheven door de eenheid in thematiek en stijl. Iedere lichtheid ontbreekt, de dood ligt in elke regel op de loer. Af en toe helt ze over naar pathetiek. Haar kijk op het bestaan is, zei ze onlangs in NRC Handelsblad, 'donker, pessimistisch en doortrokken van eenzaamheid'. Haar levenstaak: opkomen voor onderdrukten, variërend van Koerden, Armenen tot de 'zwarten' in Turkije. Daarbij horen nu ook de slachtoffers van de zuiveringen na de coup. [2] 


Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard DINSDAG 2 MEI 2017
  2. Volkskrant Fokke Obbema 16 september 2017