patch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

UTP / ehternetkabel nodig voor het maken van een patch
Uitspraak
Woordafbreking
  • patch
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels 'patch'* [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord patch patches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

patch m

  1. (informatica) aansluiten van apparaten via een ethernetkabel
  2. (informatica) softwareaanpassing
    • Na enig heen en weer gepraat met de elektronische helpdesk van Encyclopaedia Britannica heb ik via e-mail een fix (patch of hulpprogramma) ontvangen, waardoor de CD-rom nu ook met de Nederlandse versie van Microsoft Internet Explorer kan bekeken worden. [2] 
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
patchen

patch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen
    • Ik patch. 
  2. gebiedende wijs van patchen
    • Patch! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen
    • Patch je? 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. patch op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Joop Blom 2 mei 1998