pastores

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·to·res

Zelfstandig naamwoord

pastores mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pastor

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.