pastoraal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

een pastoraal landschap
Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·to·raal
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pastoraal pastoraler pastoraalst
verbogen pastorale pastoralere pastoraalste
partitief pastoraals pastoralers -

Bijvoeglijk naamwoord

pastoraal [2]

  1. landelijk, herderlijk
    • Klinkt naar scènes vol dood en verschrikking, explosies en kapotgeschoten ruïnes, en zulke scènes zijn er óók in Robert Morins vrije bewerking van Hubert Mingarelli's roman Quatre soldats (2003). Maar generieke oorlogsgruwelen vormen minder de kern van de film alswel de omlijsting van een teder, haast pastoraal relaas over vier jonge strijders die te midden van het geweld een harmonieuze alternatieve familie vormen. [3] 
  2. (religie) betrekking hebbend op iemand (vaak de pastoor of kapelaan) die als een goede herder voor het zieleheil van de aan zijn zorgen toevertrouwde gelovigen zorgt
    • ‘Eerst ging hij aan de slag in Aarschot, daarna in twee Genkse wijken. Hij hielp ontwrichte arbeidersgezinnen met hun administratie, bouwde een pastoraal netwerkje uit, stak de handen uit de mouwen waar hij maar kon.’ [4] 
    • Hij benadrukt dat er al geruime tijd geen sprake meer is van een pastorale relatie. ,,Het is nu een onderlinge vriendschap. De priester ontving het geld als privépersoon en niet uit hoofde van zijn functie. De priester wil volgens de woordvoerder niet zeggen waar het geld aan is besteed. ,,Maar gezien de hoogte van de bedragen en omdat het niet past bij de priesterlijke spiritualiteit is nu deze maatregel genomen. [5] 
Synoniemen


Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. pastoraal op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Volkskrant Kevin Toma 30 november 2015
  4. de Standaard MAANDAG 18 SEPTEMBER 2017
  5. Tubantia Renske Baars 13-juni-2017