Naar inhoud springen

pasteur

Uit WikiWoordenboek
  • via Oudfrans pastor (cas régime), van pastōrem, accusatief enkelvoud van Latijn pastor "herder", en in Kerklatijn ook "priester"; het modern Frans pâtre van de oude cas sujet pastre heeft vandaag grotendeels de betekenis van "herder" overgenomen [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  pasteur     le pasteur     pasteurs     les pasteurs  

pasteur m

  1. (verouderd) herder
  2. (beroep) (religie) dominee